Interview met Ankie Rutten

Bovenschools cultuurcoördinator stichting Prisma, Akkoord!-po en Dynamiek en directeur-bestuurder van CultuurPAD. CultuurPAD is een samenwerkingsverband van drie schoolbesturen in Noord-Limburg.

Door Ellen Snoep, adviseur cultuureducatie bij Plein C.

Ankie Rutten
Ankie Rutten is directeur-bestuurder van de stichting CultuurPAD, een bijzonder samenwerkingsverband voor cultuureducatie waarin de regie ligt bij drie Noord-Limburgse schoolbesturen: Prisma, Akkoord! en Dynamiek. We vroegen Ankie hoe deze samenwerking is ontstaan, wat de kenmerken en sterke punten zijn en welke tips CultuurPAD heeft voor Noord-Hollandse partijen in cultuureducatie.
 
CultuurPAD is een initiatief van drie stichtingen voor primair onderwijs in Noord-Limburg die dezelfde opvatting over het belang van cultuureducatie hebben en daarom voor dezelfde route kiezen. CultuurPAD wil cultuureducatie een structurele plek geven in het basisonderwijs. Het groeiende bewustzijn in het onderwijs dat samenwerking synergie oplevert en kan leiden tot meer onderwijskwaliteit, legt een dubbele basis voor een regionale samenwerking op het gebied van cultuureducatie, aldus CultuurPAD. CultuurPAD is een samenwerkingsverband van 46 basisscholen waarbinnen krachten worden gebundeld en middelen en mogelijkheden optimaal worden benut.
 
ES: Bij CultuurPAD zijn schoolbesturen de aanjager van cultuureducatie. Hoe is deze structuur ontstaan?
 
AR: ‘Het initiatief voor samenwerking is ontstaan uit een gebrek aan structuur voor cultuureducatie in Noord-Limburg. Er waren wel enkele kunstencentra die kunstmenu’s verzorgden en er waren losse initiatieven vanuit gemeenten, maar voor scholen was er geen duidelijkheid in het aanbod. Prisma, een van de stichtingen binnen CultuurPAD, had al iemand in dienst die de afstemming tussen school en kunstmenu moest gaan verbeteren. Stichting Akkoord! had het voornemen om cultuureducatie volledig vanuit het onderwijs te organiseren. Toen kwamen eigenlijk twee initiatieven bij elkaar en werd besloten om het samen op te pakken. De stichting Dynamiek kwam erbij, ik werd aangewezen als coördinator en we gingen aan de slag. Dat we zo snel startten heeft ook wel te maken met het feit dat alle stichtingen in hun beleid op onderwijsvernieuwing gericht zijn.
In het begin verliep de samenwerking met kunstencentra moeizaam. We werden toch als concurrenten gezien. Maar wij zijn geen aanbieder, we zien onszelf als makelaar. Het gaat nu steeds beter, het is duidelijk hoe de rollen verdeeld zijn.’

 
ES: Wat zijn de sterke punten van deze formule?
 
AR: ‘De sterke punten zijn: eigenaarschap, maatwerk en samenwerking. Door voor en met scholen zelf te werken ontstaat het idee van een gedeeld belang. Scholen staan er toch om bekend niet snel warm te lopen voor ideeën van buitenaf. Maar in deze constructie hebben scholen echt het gevoel zelf voor cultuureducatie gekozen te hebben.
Verder bieden we maatwerk voor de scholen. Iedere school heeft zijn eigen programma dat aansluit bij de kinderen, de school en het type onderwijs. Scholen krijgen van ons de ruimte om alle vragen te stellen die ze hebben. Er zijn voor ons geen domme vragen, en dat principe venten we ook uit.
Samenwerking is de derde pijler van het succes. Zelfs boven stichtingsniveau ontstaat er nu uitwisseling tussen de scholen. Dan zegt een school tegen mij: “Goh, ik heb gehoord dat die en die een goed plan heeft geschreven, mag ik dat eens lezen?” Zo kijken scholen ook bij elkaar de kunst af.’
 
ES: Wat is de rol/inbreng van de scholen en wat zijn de voorwaarden voor een goede samenwerking?
 
AR: ‘Scholen zorgen voor de uitwerking van de visie, en dat gaat eigenlijk vanzelf. Ze weten ook dat als ze keuzes maken voor maatwerk er ook een andere inbreng van ze verwacht wordt. Een voorwaarde voor goede samenwerking is dat ze zelf echt willen. Er zitten natuurlijk ook bij ons scholen tussen die andere prioriteiten hebben, waardoor de uitvoering op een bepaald niveau blijft steken. Die geven we de ruimte op een ander moment een inhaalslag te doen.’
 
ES: Een van jullie aandachtspunten is het signaleren van hiaten tussen vraag en aanbod. Wat zijn de hiaten op dit moment en hoe spelen jullie daarop in?
 
AR: ‘Het integreren van cultuureducatie is een voorbeeld hiervan. We zijn nu bijvoorbeeld bezig met ontwikkellijnen voor muziek en erfgoed voor groep 1 t/m 8. Dit doen we met expertteams. Verder zetten we projecten neer binnen stichtingen of gemeenten. Daarin zijn we aanjager van vernieuwing. Nu zijn we bijvoorbeeld bezig met een percussieband met 160 leerlingen met als doel muziek vanuit het binnenschoolse met het buitenschoolse en de omgeving te verbinden. Met dit initiatief willen we muziek een impuls geven en bijvoorbeeld aan de gevestigde muziekorde laten zien dat muziekonderwijs ook op een andere manier gegeven kan worden.’
 
ES: Hoe is jullie contact met gemeenten, wat is hun rol in de samenwerkingsstructuur?
 
AR: ‘Onze samenwerking met gemeenten is over het algemeen heel goed. Toen in 2009 het participatiebeleid werd geïntroduceerd, veranderde er van alles in de infrastructuur. Gemeenten hadden vaak weinig beleid op het gebied van cultuur en in sommige gemeenten viel de ondersteuning van cultuureducatie helemaal weg. Wij hebben toen al gepleit voor een vaste plek van cultuureducatie in het beleid, en dat begint nu echt vorm te krijgen. Instellingen willen hun beleid graag kunnen spiegelen aan dat van de gemeente. Ze willen weten hoe hun doelen kunnen aansluiten op die van de gemeente. Dat zou eigenlijk voor alle partijen moeten gelden. Wat nu een duidelijke trend is, is dat gemeenten de budgetten direct bij het onderwijs neerleggen, dat het vervolgens besteedt bij de instellingen. De drie besturen binnen CultuurPAD krijgen ook rechtstreeks gemeentelijke subsidie. Er ontstaat zo een marktscenario voor cultuureducatie.’
 
ES: Jullie zetten ook cultuurallianties op in de regio. Welke insteek werkt volgens jullie als je het hebt over regionale samenwerking?
 
AR: ‘Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Wij zetten de allianties nu kleinschalig op. Dan krijg je sneller de neuzen dezelfde kant op. In de allianties willen we verschillende partijen in cultuureducatie samenbrengen. Een cultuuralliantie is een samenwerking op gemeentelijk niveau tussen onderwijs, gemeente en cultuur, waaronder amateurkunst,volkscultuur, erfgoed, etcetera. Een cultuuralliantie bestaat uit tijdelijk netwerken. Naar gelang het onderwerp worden mensen met een bepaalde expertise bij elkaar geroepen om invulling te geven aan een behoefte. De uitwerking gebeurt lokaal in samenwerking met de gemeente. De belangrijkste voorwaarden voor succes zijn dat deelnemers in staat zijn over individuele belangen heen te stappen en dat vooraf duidelijk wordt afgesproken wat het gezamenlijke doel is. Dan kan het vervolgens over de inhoud gaan. Het is in de praktijk best lastig doordat de verwachtingen verschillen. Instellingen zien de gemeente bijvoorbeeld als opdrachtgever, terwijl het onderwijs de gemeente ziet als een samenwerkingspartner.’
 
ES: Hoe meten jullie het effect van de inspanningen?
 
AR: Echt meten doen we tot nu toe niet. We zijn de samenwerking gestart met 1 A4’tje met een visie en uitgangspunten waarin de focus lag op kinderen en het onderwijs. We vonden dat we niet teveel met blauwdrukken en dergelijke moesten werken. De samenwerking is gefaseerd opgebouwd. Eerst zijn we gaan praten met de scholen. Voor ons zijn de kinderen zelf en vervolgens het onderwijs de belangrijkste leidraad. Laatst sprak ik een schooldirecteur die zei “ik ga geen losse cultuureducatievisie schrijven, die visie moet geïntegreerd zijn in de onderwijsvisie.” Veel van je cultuureducatievisie wordt al duidelijk als je naar het schooltype en de kinderen kijkt.
 
ES: Hoe ziet de toekomst er voor jullie uit?
 
AR: ‘Heel positief! Vanaf 1 januari worden we groter omdat er twee stichtingen aansluiten bij ons. Dan beslaan we 91 scholen. Verder gaan we in drie gemeenten een combinatiefunctionaris cultuur aanstellen vanuit het onderwijs. Er is veel in beweging.’
 
ES: Wat zou je gemeenten en schoolbesturen in Noord-Holland willen meegeven?
 
AR: ‘Mijn belangrijkste aanbevelingen:
-         Focus op kinderen en spreek samen uit waar je voor gaat.
-         Besef dat de school van cruciaal belang is.
-         Stap over individuele belangen heen.
-         Begin, besteed niet teveel aandacht aan vergaderen.
-         Ga uit van het zwaan-kleef-aan-principe: als het loopt haken er steeds meer partijen aan, dat geldt zeker voor scholen.
-         Geef scholen de ruimte, vooral om vragen te stellen.
-         Zie de schoolbesturen als volwaardige partner. Schoolbesturen zijn professionele bedrijven, geen hobbyclubs, ze kunnen als je ze meekrijgt veel in gang zetten.’